Soms is visite leuker als ze weer weggaat….

by • January 24, 2013 • CoolComments (0)1191

griepIedereen heeft het wel eens, zo’n dag dat je wakker wordt en denkt: Nee. Néé! Vandaag gewoon niet! Ik doe het niet. Ik blijf hier. Kom me maar halen, want ik kom er niet uit. Je werpt een blik op je wekker en wacht tot het euforische moment dat je je realiseert dat het eigenlijk zaterdag is, maar dat wil maar niet doorkomen. Niet zo raar, want het is ook gewoon maandag. Het beseffen van dat laatste doet mij dan het bed uitspringen om vervolgens de rest van mijn slapende, nietsvermoedende gezinnetje ruw uit Dromenland weg te rukken en hun hetzelfde gruwelijke nieuws te brengen dat ik zojuist heb gehad: het is Maandag en het is Laat. Het gekke is, als ík me eens verslaap, verslaapt mijn hele gezin zich. Heel apart. Binnen de kortste keren is het huis fel verlicht; klinkt het geluid van de douche met het daarbij gepaard gaande gevloek als de shampoo weer eens op is, zwaaien kledingkasten open en klinken er diepe zuchten die zonder dat je de taal van de zucht spreekt, overduidelijk kenbaar maken dat de persoon in kwestie alwéér niets heeft om aan te trekken, maakt het koffieapparaat nu al overuren en worden er driftig schooltasjes ingepakt. Met de nadruk op driftig want waarom dacht ik die zaterdag ervoor ook alweer dat ik nog genoeg inhoud had voor de broodtrommeltjes, terwijl het tegendeel waar blijkt te zijn? Dit is slechts een grove schets van hoe een gemiddelde maandagochtend er in huize Renaat & Co er uitziet.

Wás het afgelopen maandag maar zo. Ja, het klinkt misschien wat vreemd, maar ik wou echt dat het zo gegaan was. In plaats van mijn chaotische maandagochtendrituelen waar ik inmiddels redelijk mee om kan gaan, werd ik wakker met een gortdroge keel, koud zweet en pijn over mijn hele lichaam, oftewel: De Griep. Als een dief in de nacht heeft hij me beslopen, overvallen en overmeesterd en die ochtend leek het alsof ‘ie met een triomfantelijk gezicht op de rand van mijn bed zat met zo’n blik van: ik ben hier, ik hou je vast, ik laat je voorlopig niet gaan en er is niets dat jij daartegen kunt doen. De Griep was zo ‘aardig’ om ook Koorts en Verkoudheid uit te nodigen op dit ‘hoe-kunnen-we-Renaat-eronder-krijgen-feestje’. Met z’n drieën hebben ze het zich binnen de kortste keren gemakkelijk gemaakt en inderdaad, er leek niets tegen te doen. Met een zieliger stemmetje dan dat ik wilde laten horen prevelde ik iets in de trand van “ik ben ziek” richting mijn lief, die me slaperig, zich er nauwelijks van bewust dat hij zelf ook al aan de late kant was, aankeek en terug mompelde: “Ziek? Nou, dan blijf je toch lekker liggen, lieverd…”
Lekker liggen? Hoezo lekker liggen, ik lig helemaal niet lekker! Hoe kun je zoiets zeggen? Ik heb pijn, ik zit potdicht, mijn hoofd is gevuld met watten, boven wachten mijn kindertjes tot mama ze mee naar beneden neemt, een boterhammetje voor ze smeert en een kopje thee voor ze zet, en jij zegt dat ik vooral lekker moet blijven liggen?!

“Ja..” weet ik er met veel moeite uit te brengen. “NEE” denk ik vrijwel meteen daarna. “NEE, dit kán helemaal niet, ik heb een afspraak om negen uur, ik heb een volle agenda, ik kán onmogelijk thuis blijven, ik moet, ik moet eruit, ik.. ik…”
Oké Renaat. Kalm.
Ik kijk De Griep nog maar eens aan en ik besluit ondanks alles dat ik me niet voor de derde keer in nog geen half jaar tijd (!) zonder enige slag of stoot gewonnen ga geven. Ik strompel mijn bed uit en beleef de maandagochtend op míjn manier: De Griep met een verbaasd gezicht op de rand van mijn bed achterlatend.

De afspraak van negen uur ben ik nagekomen. Maar daar is dan ook alles mee gezegd. Nog geen half uur later zat ik in de auto, niet op weg naar kantoor zoals ik nog had gedacht te kunnen doen, maar op weg naar huis. Zelfs vanaf mijn slaapkamer wist dit Uiterst Arrogante Virus nog controle over me te hebben. Ik kon niet anders dan toch maar toe te geven en aan mijn moeder, die die dag oppaste, hoefde ik niets uit te leggen. “Ga jij maar lekker je bed in en rust nou eens uit” waren de woorden die mij deden teruggaan in de tijd waarin ik nog kind was, onbezorgd, in de wetenschap dat mama ‘het wel regelt’. Dankbaar hees ik mij in een joggingbroek en dook – De Griep met een boze blik ontwijkend – mijn bed in. Ik ben er die dagen erna nauwelijks uitgekomen; het leek alsof ik geen weken had geslapen, zó moe was ik.

Slapen, slapen, slapen, aspirines en een enorme hoeveelheid thee. Dat heeft me uiteindelijk op donderdagochtend mijn bed doen uitkomen. Ik voelde me weer een beetje mens en De Griep leek van de rand van mijn bed te zijn opgestaan. Nog een paar dagen heeft hij me op de voet gevolgd, om uiteindelijk afgelopen weekend bij de voordeur bij wijze van groet zijn hand op te steken alsof hij zeggen wilde “Zo zie je maar, met mij valt niet te spotten. Ik ga, maar ik kom nog wel een keer terug.”

Ik heb de deur dichtgesmeten zonder terug groeten; voorlopig heb ik mijn buik vol van die onaangekondigde visite van De Griep & Zijn Kornuiten. De volgende keer zal ik hén verrassen. ‘Griepprik’ heet mijn nieuwe vriendje. Niet verder vertellen!

Pin It

Related Posts

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *